Jan was geen eenzame wolf. Hij trok decennialang op met de
vlijmscherpe Jan Hein Donner. Waar Donner de provocateur was, was Timman de
analyticus met een zachte g. Samen met vrienden en kompanen als Max Pam en de
legendarische schaakfotograaf Hans Ree, vormde hij de kern van een
intellectueel en licht chaotisch schaakmilieu dat in de Amsterdamse cafés
(zoals het bekende Reynders) de dienst uitmaakte.
Hun vriendschap was doordrenkt van de Amsterdamse
bohémien-geest. Waar Donner de krantenkolommen vulde met beledigingen aan het
adres van mindere schakers, zat Timman ernaast te broeden op een diepe variant
in het Konings-Indisch.
Donner: De man van het grote gebaar en de scherpe
anekdote.|
Timman: De man van de analyse, die Donners wilde beweringen vaak
met één nuchtere zet onderuit haalde.
Donner schreef ooit over Timman: "Hij is de enige die werkelijk begrijpt
wat ik bedoel als ik over schaken praat."
Donner was fysiek een verschijning
(hij was enorm lang), maar Jan Timman werd de "Grote Jan" op het
bord. Een beroemd verhaal gaat over hun gezamenlijke reizen naar toernooien.
Donner, die een hekel had aan de voorbereiding, liet dat graag aan Jan over.
Terwijl Jan urenlang studeerde op openingen, zat Donner in de bar te
verkondigen dat schaken eigenlijk een volstrekt zinloze bezigheid was—om
vervolgens de volgende dag met de hulp van Jans tips toch te winnen.
Toen Donner in 1983 werd getroffen
door een hersenbloeding en in een verzorgingstehuis (Vreugdehof) terechtkwam,
bleef Timman een van zijn trouwste bezoekers.
Donner kon niet meer schaken op zijn oude niveau, maar hij begon columns te
schrijven met één vinger.
Timman was vaak het onderwerp van die stukjes. Hij bracht de buitenwereld en de
laatste schaaknieuwtjes mee naar de ziekenkamer.
Na het overlijden van Donner in
1988 nam Timman de fakkel definitief over, niet alleen als de beste speler,
maar ook als de morele leider van de Nederlandse schaakgemeenschap. Hij miste
zijn "grote broer" enorm; de humor en de intellectuele strijd met
Donner hadden Jan scherper gehouden dan welke computer dan ook. Donner zei ooit
tegen Timman na een nederlaag: "Jan, je hebt verloren omdat je dacht dat
de stelling logisch was. Maar God is niet logisch, en ik al helemaal
niet." Timman kon daar smakelijk om lachen, om vervolgens in de analyse
aan te tonen dat Donner er simpelweg niks van begrepen had.
_en_Jan_Hein_Donner.jpg)