donderdag 19 februari 2026

De Amsterdamse School en zijn vrienden

Jan was geen eenzame wolf. Hij trok decennialang op met de vlijmscherpe Jan Hein Donner. Waar Donner de provocateur was, was Timman de analyticus met een zachte g. Samen met vrienden en kompanen als Max Pam en de legendarische schaakfotograaf Hans Ree, vormde hij de kern van een intellectueel en licht chaotisch schaakmilieu dat in de Amsterdamse cafés (zoals het bekende Reynders) de dienst uitmaakte.

Toen Timman in de jaren '60 opkwam, was Donner de onbetwiste koning van het Nederlandse schaken. Donner zag direct dat Timman een talent had dat het zijne oversteeg. In plaats van jaloers te zijn, nam hij Jan onder zijn hoede. Ze werden een onafscheidelijk duo in de Amsterdamse cafés, met name in
Café Reynders aan het Leidseplein.
De vriendschap tussen Jan Timman en Jan Hein Donner (vaak kortweg 'JH' genoemd) was de as waar het Nederlandse schaakleven decennialang om draaide. Het was een verbond tussen twee uitersten: de zwijgzame, diep gravende vakman en de luidruchtige, provocerende publicist.

Hun vriendschap was doordrenkt van de Amsterdamse bohémien-geest. Waar Donner de krantenkolommen vulde met beledigingen aan het adres van mindere schakers, zat Timman ernaast te broeden op een diepe variant in het Konings-Indisch.

Donner: De man van het grote gebaar en de scherpe anekdote.|
Timman: De man van de analyse, die Donners wilde beweringen vaak met één nuchtere zet onderuit haalde.
Donner schreef ooit over Timman: "Hij is de enige die werkelijk begrijpt wat ik bedoel als ik over schaken praat."
Donner was fysiek een verschijning (hij was enorm lang), maar Jan Timman werd de "Grote Jan" op het bord. Een beroemd verhaal gaat over hun gezamenlijke reizen naar toernooien. Donner, die een hekel had aan de voorbereiding, liet dat graag aan Jan over. Terwijl Jan urenlang studeerde op openingen, zat Donner in de bar te verkondigen dat schaken eigenlijk een volstrekt zinloze bezigheid was—om vervolgens de volgende dag met de hulp van Jans tips toch te winnen.

Toen Donner in 1983 werd getroffen door een hersenbloeding en in een verzorgingstehuis (Vreugdehof) terechtkwam, bleef Timman een van zijn trouwste bezoekers.
Donner kon niet meer schaken op zijn oude niveau, maar hij begon columns te schrijven met één vinger.
Timman was vaak het onderwerp van die stukjes. Hij bracht de buitenwereld en de laatste schaaknieuwtjes mee naar de ziekenkamer.

Na het overlijden van Donner in 1988 nam Timman de fakkel definitief over, niet alleen als de beste speler, maar ook als de morele leider van de Nederlandse schaakgemeenschap. Hij miste zijn "grote broer" enorm; de humor en de intellectuele strijd met Donner hadden Jan scherper gehouden dan welke computer dan ook. Donner zei ooit tegen Timman na een nederlaag: "Jan, je hebt verloren omdat je dacht dat de stelling logisch was. Maar God is niet logisch, en ik al helemaal niet." Timman kon daar smakelijk om lachen, om vervolgens in de analyse aan te tonen dat Donner er simpelweg niks van begrepen had.