donderdag 19 februari 2026

Jan Hendrik Timman

Jan Timman (14 december 1951 – 18 februari 2026) 

Jan Timman, Nederlands schaakgrootmeester en een van de meest prominente schakers van de late 20e eeuw, is op woensdag 18 februari 2026 overleden op 74-jarige leeftijd. Hij stierf in zijn woonplaats Arnhem, Nederland, na een periode van ziekte, zo melden de officiële berichtgeving van de Koninklijke Nederlandse Schaakbond (KNSB) en diverse nieuwsmedia.
Jan werd in 1951 geboren in Amsterdam en groeide op in Delft. Terwijl zijn leeftijdsgenoten braaf studeerden, koos Jan voor de absolute vrijheid van het bord. Hij was geen "schaakmachine", maar een kunstenaar.
In de jaren ’70 en ’80 was hij hét Nederlandse uithangbord in de internationale schaakwereld. Zijn stijl? Creatief, aanvallend, soms licht eigenwijs — maar altijd diep doordacht.Timman was jarenlang de beste schaker van Nederland en schopte het tot nummer twee van de wereld, tussen giganten als Karpov, Kasparov en Spasski. 

Niet voor niets kreeg hij de bijnaam “The Best of the West”. Hij was een van de weinige Westerse schakers die zich staande hield in het Sovjet-dominante tijdperk — en dat deed hij met flair.

Timman trok veel op met andere Nederlandse schakers en schaakjournalisten. Zo was Gert Ligterink een van zijn vaste sparringpartners en reisgenoten in de jaren ’70. Ook met grootmeesters als Anatoli Karpov had hij een bijzondere band — deels rivaliteit, deels respect, zoals dat hoort in de schaakwereld.

🏆 Zijn prestaties (een kort overzicht maar indrukwekkend)

  • Fide Wereldkampioenschapskandidaat en finalist in 1993 tegen Anatoly Karpov
  • Winnaar van toptoernooien zoals Wijk aan Zee in 1981 en 1985
  • Productief schaakauteur (ongeveer 30+ boeken)
  • Jarenlang columnist voor de Volkskrant
  • Negenvoudig Nederlands kampioen
  • Tweede op de wereldranglijst in de jaren ’80
  • Overwinning op Kasparov in een prestigieus rapidtoernooi in 1991.

Schrijver en columnist

“De Schrijvende Grootmeester”.

Naast het bord was Timman een begenadigd schrijver. Jan Timman is misschien wel de beste schaakauteur ter wereld.  Hij publiceerde tientallen boeken over schaken — variërend van toernooiboeken tot eindspelstudies — en was jarenlang columnist bij de Volkskrant, waar hij met milde ironie en scherpe blik de schaakwereld fileerde.

Hier is een overzicht van zijn belangrijkste werken, gecategoriseerd naar thema:

1. De "Grote Drie" (Zijn recente trilogie)

In de laatste jaren van zijn leven voltooide Timman een indrukwekkende trilogie bij uitgeverij New In Chess, die wordt beschouwd als zijn literair testament:

  • Timman's Titans (2016): Persoonlijke portretten en analyses van de wereldkampioenen die hij heeft gekend en bewonderd.
  • Timman's Triumphs (2020): Zijn eigen 100 beste partijen, voorzien van messcherpe analyses.
  • Timman's Studies (2026): Zijn verzamelde eindspelstudies. Jan was een van de weinige grootmeesters die ook op wereldniveau composities (puzzels) maakte.

2. De Klassiekers (Analyses en Partijen)

  • The Art of Chess Analysis (De kunst van de analyse, 1980): Wereldwijd beschouwd als een absoluut meesterwerk. Hierin analyseert hij partijen zo diep dat zelfs de toenmalige computers er nog wat van konden leren.
  • Schaakwerk I en II (1983/1991): Een verzameling van zijn beste partijen en studies uit zijn hoogtijdagen.
  • Curacao 1962 (2005): Een historisch verslag van het roemruchte kandidatentoernooi, waarin hij onderzoekt of de Russen destijds inderdaad samenspanden.

3. Historische figuren en rivalen

Jan had een fascinatie voor de groten der aarde:

  • The Unstoppable American (2021): Over de opkomst van Bobby Fischer.
  • The Longest Game (2018): Over de epische tweekampen tussen zijn rivalen Karpov en Kasparov.
  • Max Euwe's Best Games (2023): Een eerbetoon aan de enige Nederlandse wereldkampioen vóór hem.
  • Botvinnik's Secret Games (2006): Over de trainingspartijen van de patriarch van de Sovjetschool.

4. Literair en Persoonlijk

  • Een sprong in de Noordzee (2002): Een verzameling verhalen, beschouwingen en dagboekfragmenten die laten zien dat Jan ook buiten de 64 velden een scherpe waarnemer was.
  • 64 + 1 (2012): Een prachtig boek waarin hij de link legt tussen de personages uit Harry Mulisch' De ontdekking van de hemel en de schaakwereld.
  • Herinneringen van twee schaakvrienden (2026): Zijn allerlaatste boek, samen geschreven met Hans Böhm, waarin ze terugblikken op hun gezamenlijke avonturen.

5. Instructie en Eindspel

  • 100 Endgame Studies You Must Know (2024): Een leerboek waarin hij de schoonheid van het eindspel toegankelijk maakt voor de actieve schaker.
  • De macht van het Loperpaar / De kracht van het Paard: Monografieën over de specifieke kwaliteiten van de schaakstukken.

De Amsterdamse School en zijn vrienden

Jan was geen eenzame wolf. Hij trok decennialang op met de vlijmscherpe Jan Hein Donner. Waar Donner de provocateur was, was Timman de analyticus met een zachte g. Samen met vrienden en kompanen als Max Pam en de legendarische schaakfotograaf Hans Ree, vormde hij de kern van een intellectueel en licht chaotisch schaakmilieu dat in de Amsterdamse cafés (zoals het bekende Reynders) de dienst uitmaakte.

Toen Timman in de jaren '60 opkwam, was Donner de onbetwiste koning van het Nederlandse schaken. Donner zag direct dat Timman een talent had dat het zijne oversteeg. In plaats van jaloers te zijn, nam hij Jan onder zijn hoede. Ze werden een onafscheidelijk duo in de Amsterdamse cafés, met name in
Café Reynders aan het Leidseplein.
De vriendschap tussen Jan Timman en Jan Hein Donner (vaak kortweg 'JH' genoemd) was de as waar het Nederlandse schaakleven decennialang om draaide. Het was een verbond tussen twee uitersten: de zwijgzame, diep gravende vakman en de luidruchtige, provocerende publicist.

Hun vriendschap was doordrenkt van de Amsterdamse bohémien-geest. Waar Donner de krantenkolommen vulde met beledigingen aan het adres van mindere schakers, zat Timman ernaast te broeden op een diepe variant in het Konings-Indisch.

Donner: De man van het grote gebaar en de scherpe anekdote.|
Timman: De man van de analyse, die Donners wilde beweringen vaak met één nuchtere zet onderuit haalde.
Donner schreef ooit over Timman: "Hij is de enige die werkelijk begrijpt wat ik bedoel als ik over schaken praat."
Donner was fysiek een verschijning (hij was enorm lang), maar Jan Timman werd de "Grote Jan" op het bord. Een beroemd verhaal gaat over hun gezamenlijke reizen naar toernooien. Donner, die een hekel had aan de voorbereiding, liet dat graag aan Jan over. Terwijl Jan urenlang studeerde op openingen, zat Donner in de bar te verkondigen dat schaken eigenlijk een volstrekt zinloze bezigheid was—om vervolgens de volgende dag met de hulp van Jans tips toch te winnen.

Toen Donner in 1983 werd getroffen door een hersenbloeding en in een verzorgingstehuis (Vreugdehof) terechtkwam, bleef Timman een van zijn trouwste bezoekers.
Donner kon niet meer schaken op zijn oude niveau, maar hij begon columns te schrijven met één vinger.
Timman was vaak het onderwerp van die stukjes. Hij bracht de buitenwereld en de laatste schaaknieuwtjes mee naar de ziekenkamer.

Na het overlijden van Donner in 1988 nam Timman de fakkel definitief over, niet alleen als de beste speler, maar ook als de morele leider van de Nederlandse schaakgemeenschap. Hij miste zijn "grote broer" enorm; de humor en de intellectuele strijd met Donner hadden Jan scherper gehouden dan welke computer dan ook.Donner zei ooit tegen Timman na een nederlaag: "Jan, je hebt verloren omdat je dacht dat de stelling logisch was. Maar God is niet logisch, en ik al helemaal niet." Timman kon daar smakelijk om lachen, om vervolgens in de analyse aan te tonen dat Donner er simpelweg niks van begrepen had.

Bijzonder Momenten:

De Wandelende Koning

Het meest legendarische moment uit zijn carrière blijft de partij tegen Nigel Short (Tilburg, 1991). In een stelling waar de meeste schakers veiligheid zouden zoeken, deed Short iets krankzinnigs: hij wandelde met zijn koning over het hele bord naar de vijandelijke koning toe om het matnet te sluiten.

DE WANDELENDE KONING

Hieronder een partij tussen Jan Timman en Li Wenliang, gespeeld tijdens het Tan Chin Nam Cup toernooi in Beijing, 1999.

Het is een klassiek voorbeeld van hoe Timman, zelfs op latere leeftijd, met een bijna achteloze agressie een solide tegenstander volledig van het bord kon vegen.

Nog zo'n pareltje. Timman tegen Short uit 1991.


Jan Timman laat een leegte achter die niet met een simpele rokade op te vullen is. Hij was de man die ons leerde dat schaken niet alleen een sport is, maar een manier van leven. (Met dank aan A.I.)